De Krokodillentranenstoet

Uit menig oog kwam in de stoet
Op Driehuis Westerveld
Een krokodillentranenvloed
Want men dacht aan zijn geld

Er werd gesproken bij de kist
Zij stonden in de rij
En niemand kende zeer beslist
Een beter mens dan hij

Gesloten nog het testament
De inhoud daardoor niet bekend
Zodoende bracht men enkel hulde
Terwijl de hebzucht alom brulde

Toen later bleek dat bij het erven
Hij toch maar weinig achterliet
Zei men: ach iedereen moet sterven
En zo bijzonder was hij niet…