Beloond

Vaak moest zij in De Aap logeren
Ook haar eten kreeg zij daar
Een bitter bord gebakken peren
Stond dan altijd voor haar klaar

In de hoek waar klappen vallen
Liep zij regelmatig rond
Op haar zoektocht naar getallen
Was dertien wat zij meestal vond

Vaak moest zij in De Aap logeren
Het verblijf beviel haar slecht
En het bord gebakken peren
Werd nooit haar lievelingsgerecht

Maar Het Land van Melk en Honing
Heeft haar nu asiel verleend
Het is te zien als een beloning
Voor al haar tranen ooit geweend