Awakening

Het diep donkere kleed van de avond
lag nu in alle plooien over de stad
De maan, weerhouden door wolken
kreeg niet de gelegenheid om het zonlicht te weerkaatsen

In de somberheid van zijn vermoeide hoofd
liepen zijn gedachten door elektrisch verlichte straten
Waar hij, eenmaal liggend in een diepe slaap
mensen uit zijn verleden en heden ontmoette
die elkaar bleken te kennen
en vermanend hun vingers naar hem wezen

Nog klonken hun terechtwijzingen in wegglijdende stemmen na
toen hij in een straat in New York City liep

In het donker, door de schaduwen van de hoge wolkenkrabbers
aan weerszijden van de niet brede straat, liep hij verder

En terwijl aan het einde van de verste blocks
een roze schijnsel steeds sterker werd
en langzaam het donker van de schaduwen en de nacht verdreef
klonk ver boven hem, vanuit een raam
het langzame, ijle en scherpe geluid van een jazztrompet

Als een aubade aan de naderende nieuwe dag