Zwanenburg

Als de suikerbietentijd weer was begonnen
hing overal de geur van de fabriek
En had de voetbalclub opnieuw gewonnen
dan was er vreugde bij een trouw publiek

Als de week weer naar het einde was gelopen
ging het jonge volkje vrolijk aan de zwier
En wagenwijd stonden hun deuren open
Waarom bleef die van mij toch op een kier?

Het lag aan mij en niet aan jou
Kansen genoeg, maar zonder scoren
Al was de lucht vaak zomers blauw
Het zat vooral tussen mijn oren

Als de vogels van metaal mij luid passeerden
Of ik in stilte in mijn kamer zat
leek niemand echt te zien wat ik ontbeerde
en dat ik zelfvertrouwen nodig had

Het lag aan mij en niet aan jou
Kansen genoeg erbij te horen
Al was de lucht vaak stralend blauw
Ik was alleen tussen mijn oren